-
Sep7No Comments
Beleggen met kapitaalsgarantie
In onzekere tijden grijpen beleggers vaak terug naar instrumenten die hen kapitaalbescherming of kapitaalgarantie bieden. Ook beginnende beleggers zetten vaak hun eerste beleggersstappen via deze gestructureerde beleggingsfondsen. Ze willen wel wat risico nemen, maar toch het verlies zoveel mogelijk beperken. Maar is je kapitaal wel echt beschermd, hoe werken deze fondsen en waarop moet je letten ?
1. Wat is een beleggingsfonds met kapitaalbescherming?
Als een financiële instelling een beleggingsfonds met kapitaalbescherming uitgeeft, dan wil dat zeggen dat je op de eindvervaldag van het beleggingsfonds je ingelegde kapitaal gegarandeerd terugkrijgt. Als je dus 1.000 euro investeert in het beleggingsfonds, dan krijg je op de eindvervaldag (bijvoorbeeld 5 jaar later) ook 1.000 euro terug, zelfs al is het onderliggend actief gedurende die jaren fors gedaald.

Aandachtspunten:
Eerst en vooral krijg je op de einddatum slechts je nominale inleg terug, waarmee je (omwille van de inflatie) minder kan kopen dan 5 jaar geleden. Je krijgt dus wel 1.000 euro terug, maar die 1.000 euro is niet evenveel waard als toen je ze voor het eerst investeerde. Daarnaast is de kapitaalbescherming bij vele financiële instellingen slechts gegarandeerd na kosten. Dat wil zeggen dat je de in- en uitstapkosten altijd moet betalen. De transactiekosten van beleggingsfondsen schommelen meestal tussen 1 en 6 procent bij aankoop of bij verkoop. Je bent al snel 30 euro van 1.000 euro kwijt.
2. Hoe werken beleggingsfondsen met kapitaalgarantie?
Bij beleggingsfondsen die kapitaalbescherming bieden, wordt de investering van de belegger (bvb. 1.000 euro) onderverdeeld in twee delen: een deel dat voor de kapitaalbescherming moet zorgen en een deel waarmee de belegger zal kunnen meegenieten van goede (of minder goede) prestaties van een onderliggend actief. Het eerste (en meestal ook grootste) deel dat voor de kapitaalbescherming moet zorgen, zal belegd worden in financiële instrumenten met een vast inkomen. Meestal worden daarvoor zerobonds of nulcouponobligaties voor gebruikt. Deze obligaties keren geen jaarlijkse rente uit, maar worden fors onder pari (goedkoop) uitgegeven. Een zerobond met een looptijd van 5 jaar en een rentevoet van 6 procent, zal uitgegeven worden aan 747,26 euro. Wanneer de obligatie na 5 jaar afloopt, krijgt de financiële instelling 1.000 euro terug voor de obligatie, waarmee ze jouw kapitaalgarantie gefinancierd heeft.
Een tweede, kleiner deel zal gebruikt worden om te beleggen in een onderliggend actief. Om met een kwart van de ingelegde waarde toch een aantrekkelijk rendement te kunnen aanbieden, wordt meestal niet belegd in individuele aandelen, maar in afgeleide producten. Deze afgeleide producten hebben een hefboomwerking, waardoor ze een groot rendement kunnen bieden, met een relatief beperkt kapitaal. De afgeleide producten die bij beleggers het best bekend zijn, zijn opties en turbo’s, maar financiële instellingen hebben honderden afgeleide producten ter beschikking, waar particuliere beleggers geen toegang tot hebben.
Als de onderliggende waarden gestegen zijn, dan krijg je een aantrekkelijk rendement bovenop je gegarandeerd kapitaal. Als de onderliggende waarden gedaald zijn, dan krijg je toch je inleg terug, ook al is die door de inflatie intussen een stuk minder waard geworden.
